The Wright. Shirt — Liesbeth Henderickx

Liesbeth Henderickx is een beeldend kunstenaar met een voorliefde voor steen. In haar werk spelen textiel en architectuur een belangrijke rol. Zo maakt ze gebruik van een haaktechniek om stenen in een architecturale constructie te vormen. Ze kiest bewust voor puinsteen, een restmateriaal dat ze in haar trommels helemaal glad maakt. Liesbeth laat zich filosofisch inspireren en werkt onderzoekend. 

 

Wanneer we Liesbeth Henderickx vragen om mee te doen aan de The Wright. Shirt vraagt ze meteen of ze al een foto kan zien van het hemd. Tijdens het interview wordt duidelijk waarom. Naast beeldhouwen, studeerde ze mode heeft ze een grote liefde voor textiel, waarvan ze de technieken ook toepast in haar werk. Op de fotoshoot wordt het stil wanneer ze zich klaarzet voor de eerste foto. Ze spreekt amper tijdens het poseren, en connecteert meteen met de lens. Alsof ze in een andere wereld zit. Haar wijze blik is doordringend en betoverend. We spreken af in haar atelier in het centrum van Gent. Een leegstaand schoolgebouw dat binnenkort onder handen wordt genomen door een grote vastgoedspeler.

 

Tot zolang mag zij er samen met twee kunstenaars resideren. Er is geen verwarming, dus Liesbeth draagt meerdere laagjes over elkaar: haar gewatteerd vestje staat er bol van. Wanneer ze praat, verschijnen er wolkjes. Ze werkt er momenteel aan een zuilsculptuur waarvoor ze puinstenen aan een geel touw rijgt en met een haaktechniek rond een paal bevestigt. De rest van het ontwerp staat helemaal uitgetekend in een wiskundig patroon op een ruitjesblad. “Wist je dat de namen van breipatronen vaak refereren naar hoe je stenen moet metselen? Ik hanteer hier bijvoorbeeld een techniek die vaak bij juwelen wordt toegepast om pareltjes aan elkaar te haken. Het blijkt een supersterke verbinding, alleen moet ik nog onderzoeken hoe ik de stenen in een architecturale verbinding kan omzetten.”

 

 

Liesbeth filosofeert wanneer ze praat, haar ideeën zijn verfrissend en origineel. Ze is sterk geïnspireerd door de teksten van Gottfried Semper, een architect en architectuurcriticus. “Hij oppert het idee dat textiel mogelijk de allereerste kunstvorm zou kunnen zijn en dat alle andere kunstvormen daarop gebaseerd zijn. Bij keramiek zie je bijvoorbeeld knooptexturen of weefpatronen maar hij gaat nog verder en stelt dat alle architecturale elementen terug te brengen zijn naar textiel, de oorsprong.” Liesbeth praat aarzelend, maar overtuigd. Je voelt dat ze er al veel over gelezen en gestudeerd heeft, maar voorzichtig blijft wanneer ze zich uitspreekt over andermans werk. Vol eerbied en bescheidenheid. “Wat ik er zelf zo interessant aan vind, is dat architectuur heel mannelijk en dominant is. Maar als textiel dan het vertrekpunt blijkt te zijn, kijk je er met een heel andere blik naar. Textiel, zowel het maken als het gebruik ervan, speelt zich binnenskamers af.

 

Daardoor is het van oudsher iets waar de vrouw zich mee bezighield, terwijl het beschermende voor buiten van steen moest zijn, een fysiek zwaar (mannen)werk. Die buitenconstructie bepaalt dan het hele landschap waardoor je de zachtheid niet meer ziet.” 

In haar werk maakt ze voornamelijk gebruik van restmateriaal, een bewuste keuze. “Het is heel hedendaags, altijd beschikbaar en toont de vluchtigheid van ons architecturale landschap. Ik heb een grote liefde voor natuursteen, maar zodra je het koopt, weet je dat het ontgonnen moest worden.” Ze selecteert de betonstukken bij een sorteerbedrijf in de buurt dat puin verzamelt van verbouwingen om het na recyclage terug in de bouw te verwerken. “Ik kuis de puinstukken vervolgens in trommels. Dan worden ze helemaal rond en voelen ze gaver aan, vergelijk het met een steen die je in de zee vindt. 

 

 

 

Vanaf dat moment is het geen puin meer en klaar om in mijn werk gebruikt te worden.” Ze houdt ook van het verrassende element van restbeton. “Het heeft een unieke compositiesamenstelling, gelijkaardig aan dat van een steen. Wanneer je het gaat polijsten, verschijnt de oppervlakte en zie je uit welke materialen het stuk is samengesteld.” 

Vanwaar de bijzondere voorliefde voor steen? “Binnen de klassieke ambachten is het een van de meest dankbare materialen, bijzonder duurzaam. Het fascineert me ook dat steen een grote traditie kent. In China was er bijvoorbeeld een kunststroming die een kleine tekening op de steen maakte, of het enkel handtekende. Het oppervlakte is zo mooi, dat het als kunstenaar moeilijk is om daar iets aan toe te voegen. Ze worden droomstenen genoemd.” 

 

 

Wat betekent ambacht voor haar? “Voor mij is het gerelateerd aan kunst maken, het gaat niet louter om een technische uitvoering. In mijn atelier werk ik heel vaak met complexe processen, de keuze voor het analoge is voor mij sterk gedreven door het uitoefenen van controle. Ik wil alles zelf in de hand hebben. Er zijn een heleboel processen die ik zelf heb ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld het draaien en boren van stenen om ze op te rijgen en vervolgens te haken. Alles gebeurt manueel en dat is erg tijdrovend. Vaak heeft ambacht ook te maken met tijd nemen, het is iets weloverwogen.” Ze pauzeert even om haar gedachten te ordenen. “Voor mij staat het zò haaks op hoe wij leven, dat het een gedurfde keuze wordt. Hebben wij die tijd wel in onze hedendaagse maatschappij?” 

 

 

Bovendien merkt ze op dat er weinig bewustzijn is over het maakproces. “Als je een werk op de beurs presenteert dat helemaal handgekapt is, wilt dat niet zeggen dat mensen dat naar waarde schatten. Het gaat toch vooral om het eindproduct. Ik moet spontaan denken aan traditionele kimono’s die je helemaal uit elkaar moet halen vooraleer je ze kan wassen. Door die handeling besef je onmiddellijk hoeveel werk erin gekropen is. Nadien moet je het stuk immers weer in elkaar zetten.” Ze glimlacht. 

Over mode gesproken, hoe kijkt ze naar het witte hemd? “Op foto’s van vroeger zie je beeldhouwers vaak in kostuum, helemaal opgekleed tijdens het werken. Het hemd werd ook vaak gedragen in combinatie met een werkschort.” Ze lacht binnensmonds.

 

“Het lijkt heel idyllisch om in dit witte hemd te steenkappen, maar in realiteit moet ik kledij na een tijdje weggooien. De stof die vrijkomt bij het bewerken van de stenen, zou mijn wasmachine stukmaken. Ik ben nog altijd op zoek naar mooie, vrouwelijke en degelijke ‘workwear’ maar dat blijkt erg moeilijk te vinden. Een wit hemd is voor mij niet om mee te werken, ik zou er niet goed tegen kunnen dat het echt vuil wordt. Als ik een wit hemd draag, is dat omwille van de zuiverheid van het wit. Rechtstreeks op de huid.” Liesbeth sluit af in poëzie. 

 

 

tekst: Sofie Wielandts
Be the first to comment...
Leave a comment